Je zit met je accountant aan tafel om de jaarcijfers door te nemen. Aan het eind van het gesprek zegt zij terloops: "Als je het bedrijf over een paar jaar aan je dochter overdraagt, kan dat dankzij de BOR vrijwel zonder schenkbelasting”. Het klinkt als goed nieuws en dat is het natuurlijk ook. Alleen denk je vanaf dat moment in één richting: overdracht binnen de familie. Mogelijkheden als verkoop aan een strategische koper of een fusie met een branchegenoot laat je verder niet meer onderzoeken, terwijl die misschien veel beter passen bij jou en je bedrijf.
De bedrijfsopvolgingsregeling, kortweg de BOR, is een vrijstelling van schenk- en erfbelasting voor wie een onderneming schenkt of nalaat. Onder voorwaarden draag je een groot deel van de waarde van je bedrijf zonder schenk- of erfbelasting over aan je opvolger. Ik schrijf hier niet over hoe je die regeling optimaal kunt benutten, dat bespreek je met je fiscalist. In deze bijdrage kijk ik naar wat de BOR doet met de manier waarop je naar je bedrijfsexit kijkt.
Wat framing doet
De psychologen Amos Tversky en Daniel Kahneman lieten begin jaren tachtig zien dat mensen anders kunnen kiezen afhankelijk van de manier waarop een keuze wordt gepresenteerd. Ze noemden dat framing. Een decision frame, een beslisframe, is de manier waarop je de verschillende mogelijkheden en hun gevolgen ziet. Dat frame wordt mede bepaald door de manier waarop een probleem aan je wordt voorgelegd. Ter illustratie, stel dat je een huis zoekt en de makelaar zegt bij de eerste woning: “Dit is verreweg de beste investering van de buurt”. Alle andere huizen die je daarna bekijkt, beoordeel je vervolgens vanuit het idee dat het vooral een goede investering moet zijn. Dat een ander huis in een betere wijk ligt, veiliger is of betere voorzieningen heeft, weegt daardoor minder zwaar mee in je beslissing.
Eigenlijk doet de BOR hetzelfde met de exitvraag. Want zodra overdracht binnen de familie wordt voorgesteld als de exitroute waarmee je een groot belastingvoordeel kunt behalen, wordt die mogelijkheid vanzelf een voor de hand liggende keuze. Andere mogelijke routes worden dan al snel bekeken vanuit dat fiscale uitgangspunt. Het gaat er dan niet om welke exit het beste bij jou en je bedrijf past, maar hoe je de overdracht aan je kinderen het beste regelt.
De exit die je niet overweegt
Er zijn natuurlijk veel meer mogelijkheden voor een succesvolle exit. Een management buy-out kan beter passen bij de toekomst van je bedrijf: deze mensen hebben nu al de dagelijkse leiding en kennen het bedrijf goed. Of een strategische koper die een prijs betaalt die past bij het potentieel van het bedrijf en het de financiële ruimte geeft om verder te groeien. Welke route de beste is, hangt uiteindelijk af van wat het bedrijf nodig heeft en van wat jij zelf wilt. Dat geldt net zo goed voor overdracht binnen de familie. Wil jouw zoon of dochter het bedrijf echt leiden, of neemt je kind het over omdat het fiscaal aantrekkelijk is en jou niet wil teleurstellen?
De horizon
Eerder schreef ik al over de Duitse filosoof Hans-Georg Gadamer, die stelde dat wie geen horizon heeft, overschat wat dicht bij hem ligt. Het belastingvoordeel van de BOR ligt dichtbij: het is concreet en je kunt het laten uitrekenen wat het oplevert. Wat verder weg ligt, blijft zo ongezien. De BOR is namelijk geen vast gegeven. De regeling is de afgelopen jaren meerdere keren aangepast. In 2022 concludeerde het Centraal Planbureau dat er bij ongeveer driekwart van de overdrachten genoeg vrije middelen zijn om de belasting direct te betalen, en de Raad van State plaatste vraagtekens bij de onderbouwing van de regeling. Sommige onderdelen zijn sindsdien verruimd, andere juist aangescherpt.
De BOR hoort gewoon bij je afwegingen. Een exit is nu eenmaal onzeker en fiscale regels zijn nooit in beton gegoten. Het risico zit erin dat juist zo’n veranderlijk fiscaal voordeel het uitgangspunt wordt van een beslissing die je misschien pas over een aantal jaren uitvoert. Je kiest dan niet alleen een exitroute, je kiest ook een uitgangspunt waarvan je niet weet of het tegen die tijd nog bestaat. Het aanpassen van je exitroute omdat de BOR tegen die tijd in jouw nadeel wordt aangepast, kost niet alleen tijd en geld maar frustreert ook medewerkers en opdrachtgevers.
Tversky en Kahneman vergelijken verschillende frames met verschillende standpunten van waaruit je naar hetzelfde landschap kijkt. Vanuit een andere positie kunnen de verhoudingen ineens anders lijken. Ze merken ook op dat mensen zich meestal niet bewust zijn van de alternatieve frames van waaruit dezelfde beslissing bekeken kan worden.
Zodra je ziet dat je exitvraag er vanuit een ander standpunt anders uitziet, ga je opnieuw over je exit nadenken. Dat gebeurt als je je exitvraag voorlegt aan mensen die geen belang hebben bij een bepaalde uitkomst. In The Council leggen ervaren ondernemers en specialisten alle mogelijkheden naast elkaar, ook de routes die door de BOR nooit aan de orde zijn geweest. Pas dan kun je beoordelen of de fiscaal aantrekkelijkste route ook werkelijk de beste is.
De BOR is een uitstekend middel om je bedrijf over te dragen, maar een slechte reden om het te doen.
Verder lezen
- Belastingdienst, Erf- en schenkbelasting en de bedrijfsopvolgingsregeling (2025).
- Centraal Planbureau, Evaluatie fiscale regelingen gericht op bedrijfsoverdracht (2022).
- Gadamer, Hans George, Waarheid en methode. Hoofdlijnen van een filosofische hermeneutiek. Vert. Mark Wildschut (2014) 287–293.
- Raad van State, Advies over het wetsvoorstel. Wet aanpassing fiscale bedrijfsopvolgingsfaciliteiten 2024, W06.23.00259/III (2023).
- Tversky, Amos en Daniel Kahneman, ‘The Framing of Decisions and the Psychology of Choice’, Science 211 (1981) 453–458.




